Lotus terug in de F1-racerij

Vanaf 2010 is Lotus weer terug in het F1 Wereldkampioenschap. En dat betekent dat één van de meest iconische en legendarische namen uit de F1-geschiedenis een nieuw hoofdstuk aan haar historie gaat toevoegen. Hoewel Lotus F1 Racing een nieuwe onderneming is met een Maleisische achtergrond, gaat het team ervoor om respect af te dwingen voor de beroemde naam Lotus, één van de meest succesvolle merken in de F1.
Onder leiding van oprichter en autosportgenie Colin Chapman scoorde Team Lotus in de jaren ’60 en’70 liefst 7 constructeurs- en 6 rijderstitels. Totaal boekte Lotus in de F1 79 raceoverwinningen en 107 pole positions. Indrukwekkende getallen alleen doen niet genoeg recht aan het team, dat bij autosportliefhebbers wereldwijd nog steeds hoog staat aangeschreven. De roots van Lotus liggen toch op het circuit, waar het altijd aanwezig is geweest en gebleven. Na ruim 15 jaar is het goed om Lotus te zien terugkeren op het hoogste niveau van de autosport, de Formule 1. De ervaringen zullen ongetwijfeld worden doorgevoerd in toekomstige Lotus-modellen. En met de onlangs geïntroduceerde Evora ligt de weg naar nog meer succes voor Lotus open. Sinds het team in 1958 tijdens de Grand Prix van Monaco in de F1 debuteerde, heeft Team Lotus enkele van de meest innovatieve auto’s uit de geschiedenis van de Formule 1 ontworpen en ontwikkeld. Ook werd een aantal van de bekendste namen uit de F1 aangetrokken. Jim Clark, Graham Hill, Jochen Rindt, Emerson Fittipaldi en Mario Andretti veroverden met Team Lotus allen de wereldtitel, terwijl andere legenden, zoals Sir Stirling Moss, Nigel Mansell en Ayrton Senna eveneens voor Lotus uitkwamen.
Jarno Trulli en Heikki Kovalainen
Voor haar terugkeer in de F1 in 2010 heeft Lotus F1 Racing met Jarno Trulli, Heikki Kovalainen en Fairuz Fauzy bekende namen aangetrokken om de eer van het merk te verdedigen. De 35-jarige Trulli is één van de meest ervaren, snelste en constante coureurs uit de F1. Hij maakt deel uit van een select gezelschap coureurs dat weet hoe een overwinning smaakt, en dat tijdens de koninginnerace in de F1: de GP van Monaco. Tevens is hij zevenmaal in de top 10 van het rijdersklassement geëindigd. Zijn F1-carrière begon in 2006 als testrijder. Zijn aanstelling bij het Lotus F1 Racing team betekent voor de 28-jarige Fin de start van zijn vierde seizoen in het F1 Wereldkampioenschap. Ook hij weet wat het is om een race te winnen, getuige zijn allereerste overwinning in Hongarije in 2008. Zijn schat aan ervaring maakt hem tot een potente aanwinst naast Jarno Trulli en Fairuz Fauzy. De geschiedenis van Lotus in de F1 gaat terug naar de jaren ’60, toen de eerste F1 raceauto met middenmotor van Colin Chapman het licht zag. Dit na twee minder succesvolle jaren met de Lotus 12 en 16, die de motor voorin hadden. De nieuwe Lotus 18 bezorgde de onderneming de allereerste GP-overwinning met Stirling Moss in Monte Carlo. In 1966 verhuisde Lotus naar een speciaal voor dit doel gebouwde fabriek in Hethel, Norfolk, waar het nog steeds is gevestigd op slechts 10 mijl van de nieuwe Lotus F1 Racing fabriek. Na een teleurstellend seizoen verruilde het team in 1967 de bestaande motor voor de legendarische Cosworth-Ford DFV V8. Daarmee hervond het Team Lotus voor aanvang van het seizoen 1968 precies op tijd de dominante vorm en zorgde het in Zuid Afrika met Jim Clark en Graham Hill voor een dubbele overwinning. Ondanks dat de Lotus 49 daarna zorgde voor een derde constructeurs- en rijderstitel in de F1 met Graham Hill, werd het een tragisch jaar vanwege het verlies van Jim Clark, die tijdens een F2 race verongelukte en de wereld in grote verslagenheid achterliet.
John Player Special team
Een slecht seizoen voor Lotus in 1971 werd gevolgd door de geboorte van de fameuze en inmiddels klassieke zwart-gouden John Player Special. Het team veroverde in 1972 stormenderhand het kampioenschap met de jonge, talentvolle coureur Emerson Fittipaldi, die zorgde voor een spectaculair dubbel kampioenschap. In 1973 veroverde Team Lotus opnieuw het kampioenschap voor de constructeurs. Hoewel de Lotus 72 op het gebied van aërodynamica al baanbrekend was, duurde het tot het midden jaren ’70 voordat de ingenieurs begonnen te testen met de luchtdoorstroming onder de auto. In 1977 zorgde de introductie van de speciale Lotus 78 met aërodynamische onderzijde voor een tweede plaats in het kampioenschap, maar in 1978 behaalde het team opnieuw de dubbele zege met Mario Andretti, die de rijderstitel binnensleepte, achter het stuur van de aërodynamisch innovatieve Lotus 79. Met de introductie van de Lotus 80 ‘Wingless Wonder’ evolueerde de aërodynamica van Lotus nog verder. De ‘Type 80’ was een doorontwikkeling van de dominante Lotus 79, waarbij de luchtstroom onder de auto naar een nog hoger niveau werd gebracht. Dit werd bereikt met een aërodynamische gevormde onderkant van de auto om de montage van luchtstroombelemmerende vleugels bovenop de auto te voorkomen. In 1982 overleed Anthony Colin Bruce Chapman, de oprichter en drijvende kracht achter Lotus, op 54-jarige leeftijd. Nigel Mansell verliet het team eind 1984 en werd vervangen door Ayrton Senna. In zijn allereerste seizoen in de Lotus 97T won Senna op het door de regen verraderlijke circuit in Portugal én op Spa, terwijl De Angelis de zege in Imola veilig stelde. In 1986 hielp de geëvolueerde Lotus 98T het team aan een derde plaats in het merkenkampioenschap en werd voorafgaand aan het seizoen 1987 een sponsoringovereenkomst gerealiseerd met Camel. Met de steun van motorleverancier Honda en een nieuw ontwerp voor de Lotus 99T, die was voorzien van actieve schokdemping, werd het team opnieuw derde in het kampioenschap. Senna boekte twee overwinningen in Monaco en Detroit. In 1994 verscheen Team Lotus voor het laatst aan de start van een F1-racerij tijdens de GP van Australië.



















