Mijn eerste keer naar Engeland

Tekst & foto’s: Jacques van den Bergh
Engels eten
Mensen die mij kennen zouden het nu niet meer geloven, maar vroeger had ik helemaal niets met Engeland. Er waren, wat mij betreft, maar twee zaken in orde. Er werden wat mooie auto’s gebouwd en ze produceerden ook nog een aantal ruige motorfietsen. Nadat ik in de derde klas van de middelbare school - of was het de tweede - verplicht het boek met de titel “The hound of the baskervilles” had moeten lezen, was het voor mij gedaan met dat land. In de vierde klas liet ik het vak Engels vallen en koos naast het verplichte Nederlands voor de vakken Duits, Frans en Latijn. De Engelse taal zou ik toch wel leren omdat je dat elke dag op de radio in de songs kon horen, was mijn redenatie. Verder had je in Engeland toch niets te zoeken. Het was suf, er heersten ouderwetse rangen en standen, het eten was niet lekker en ze kleedden zich daar zeer ouderwets, waren een paar van de vooroordelen die ik toen had. Dat bleef zo tot het moment dat ik in 1984 met een vriendin een weekje naar London ging. We logeerden bij haar neef. Die was getrouwd met een Engelse dame en die runde een cateringservice. Vanaf dat moment was mijn visie op het Engelse eten volledig veranderd.
Just Married
Mijn eerste auto was een Rover. Een P6 uit 1969 met een 3.500 cc V8 motor. Je kan met minder beginnen, hoor ik sommige mensen denken. Maar in 1979 reed ik dagelijks op een Honda 500 cc motorfiets en dat bleek net zo duur te zijn als de Rover. Alleen was dat veel comfortabeler. Mijn grote wens op autogebied was echter niet die snelle Rover. Nee het moest een MG B zijn. Een rode met spaakwielen en lederen bekleding. Maar de MG’s waren duur in die tijd. In 1981 kon ik eindelijk een MG kopen maar vraag niet hoe die er uit zag. Er was in die tijd nog geen APK. Zodoende was het geen probleem om met grote gaten in de dorpels rond te rijden. En een olieverbruik van 1 liter op 350 kilometer was ook niet ideaal, maar het was wel een MG B en de kap kon open! De auto bleef niet al te lang want er kon goed op verdiend worden. In de toekomst zou er wel weer een MG komen. Het was daarom eigenlijk wel logisch dat er een aantal jaren later ook een MGB werd aangeschaft als trouwauto. Na lang zoeken viel de keus op een hele mooie en strakke rode B. En waar ga je met zo’n auto heen? De huwelijksreis zou naar Engeland voeren. Het kapje kon open en daardoor zou er voldoende zicht zijn om te wennen aan het verkeer. En de B moest toch weer eens terug naar zijn geboorteland. De dag na ons trouwen stonden we redelijk vroeg op de kade van Zeebrugge. In 1989 vertrokken er nog schepen van P en O uit die haven. We zouden in Dover aan komen en het scheelde een aardig stukje rijden. Na een voorspoedige overtocht naderden we Dover. Vanaf de boot konden we “The white Cliffs” al zien liggen. Het avontuur lonkte. Maar eerst was daar de verplichte controle door de douane. Uiterst secuur werden alle binnenkomende voertuigen gecheckt. Waarom kwamen we naar Engeland? Wat gingen we doen? Wanneer gingen we terug? In mijn beste Engels antwoordde ik dat we net getrouwd waren en dat er een hotelletje in Battle geboekt was. De dienstdoende dame keek naar de strikjes aan de antenne en het bagagerek. “Just married? Lovely. Enjoy your honeymoon”. En zonder verdere controle werden we door gelaten. Maar hoe nu verder? In die tijd was er nog geen Tom Tom. Daarom was de eerste stop in de plaats Rye. Daar werden een paar duidelijke wegenkaarten aangeschaft. Op deze manier werd de kans op verkeerd rijden een stuk kleiner. Die avond hadden we onze eerste ervaring met de authentieke Engelse keuken. De alleraardigste uitbaatster van onze Bed & Breakfast had ons in een soort huiskamer met andere gasten laten wachten tot het eten geserveerd werd. Ik heb er helaas geen foto’s van gemaakt. Hele grote groene erwten en grote stukken wortel lagen op mijn bord. De gekookte aardappels waren bedolven onder de vette jus van mijn lam. Tsja. De volgende ochtend maakte het ontbijt alles goed. Het werd op de kamer geserveerd. Eerst verse schoon gemaakte grapefruitpartjes en daarna lekkere gebakken eieren met bacon en toast. En natuurlijk heerlijke thee.
Kopje koffie?
Op de vers aangeschafte kaarten had ik een leuke route ingetekend. Het hoefde niet ver te gaan en niet snel. Elke kilometer, of eigenlijk mijl waren er volop nieuwe dingen te zien. De weggetjes golfden door het groene landschap van Zuid Engeland. Het werd tijd voor een eerste kop koffie. Bij een parkeerplaats langs de weg stond een kraampje en we stopten. Het zou wederom een ervaring met de Engelse smaak worden, waar we jaren later nog smakelijk om moesten lachen. Alleen op dat moment niet. Ik bestelde mijn koffie zwart, some sugar. Maar mijn kersverse echtgenote wilde er graag melk bij. Geen probleem. Twee lepeltjes oploskoffie werden aangemaakt met kokende melk waar je de vellen in kon zien drijven. Ik weet niet meer hoeveel we voor deze delicatesse af mochten rekenen. Feit was wel dat de ponden mijn zak uit vlogen. En het was ook overal druk, erg druk.
The Runcible spoon
Inmiddels is er veel veranderd. Je kunt bijna overal betalen met een pinpas of met een creditcard. Hierdoor zijn er ook geen problemen meer met geld wisselen. Vroeger moesten we onze harde guldens wisselen voor Engelse ponden. Daar werd ook nog eens commissie over gerekend. Geld wat je na de vakantie over had moest weer terug gewisseld worden, tegen een lagere koers en wederom commissie. Dat kostte erg veel geld en het was ook erg tijdrovend. Op zondag 30 april in 1989 kregen we voor 750 gulden 191 pond en nog wat pence. Dat was wel even slikken. Daar konden we nog maar een paar dagen van vooruit. En de hotels waren ook allemaal bezet. Het leek wel of iedereen in die periode op pad was. Via wat omzwervingen kwamen we terug in Rye, in the Old borough arms. Wederom een B en B, maar hier werd geen diner geserveerd. We kregen de tip om naar een onlangs geopend restaurant te gaan. Het heette “The Runcible Spoon” naar een gedicht van Edgar Lear. Het eten, de sfeer, muziek en de bediening: het was allemaal voortreffelijk. De eigenaar Paul vertelde over zijn ambities. Later zou blijken dat hij bij de groep Engelsen hoorde die een andere kijk op eten hadden. Hij had zelfs Sancerre op de wijnkaart staan voor een schappelijke prijs en op de juiste temperatuur.
Engelse ponden en Franse francs
Het eten was geweldig maar ook drie keer zo duur als ingepland. Dat konden we natuurlijk niet vol houden. We besloten om naar Frankrijk te gaan. Met de Hoverspeed naar Boulogne en vandaar naar Bretagne. Wat er over was aan Engelse ponden werd ingewisseld voor Franse francs. Daar konden we weer een tijd mee vooruit. Maar Engeland was ondanks alles fantastisch geweest. Met goed zoeken bleek het dus mogelijk om lekker te eten en het was ook mogelijk om een leuk en redelijk betaalbaar overnachtingsadres te vinden. Daar kwam bij dat het voor autoliefhebbers geweldig was. Het was een rijdend open lucht museum! Er zat ook een aardig prijsverschil in de diverse overtochten en het bleek dat het wisselen van geld ook nog de nodige voordelen kon opleveren. Met andere woorden: het rook naar meer. Dat jaar zijn we nog twee keer terug gegaan naar Engeland. Een keer met de Hoverspeed en de auto voor zaken, en een keer te voet met de boot van Vlissingen naar Sheerness en vandaar met de bus naar London.


















